Over AI-datacenters en de relatie tot netkosten hoor je twee verhalen. De ene stelt dat: ze 24/7 stroom trekken, benutten ze het net beter en delen ze de vaste kosten van het net, wat het dan weer goedkoper maakt voor de rest. De andere stellen dat: omdat ze aansluiting en transportvermogen toe-eigenen, blijft er minder over voor anderen ontwikkelingen en volgen er netuitbreidingen die het duurder maken voor iedereen. We zetten beide casussen op een rij en toetsen deze aan de tarieven en de wachtlijst.
Continu verbruik deelt de rekening
Een AI-datacenter vraagt bijna altijd vermogen. Geen nachtdal zoals een fabriek die om 18.00 uur stopt. Op papier ziet dat er efficiënt uit: dezelfde mast, dezelfde transformator, meer uren in gebruik. De benuttingsgraad gaat omhoog. De vaste kosten van het net worden over meer gebruik verdeeld. Wie veel en constant afneemt, zou dan een gros van die kosten dragen en de rest zou juist profiteren van een lagere prijs per eenheid.
In 2026 lijkt die logica even zichtbaar. Grote afnemers die rechtstreeks op TenneT zitten, betalen 10 tot 12 procent minder transporttarief (bron: ACM). De ACM zegt het hard: de toegestane inkomsten van TenneT dalen licht, het netgebruik stijgt, en daardoor daalt de prijs per eenheid (bron: ACM). Meer volume in de noemer. Continu hoog vermogen past in dat plaatje.

De capaciteit is op, dus bouwen we bij
Hetzelfde datacenter claimt een fysieke aansluiting en gecontracteerd transportvermogen (GTV): de maximale hoeveelheid vermogen die je met de netbeheerder hebt afgesproken. In een congestiegebied is die GTV schaars. Wat de datacenter vastlegt, is er niet voor de buurman die wil elektrificeren, voor woningbouw of voor een laadplein. Er moet meer infrastructuur bij: stations, lijnen, reservecapaciteit. Die aanlegkosten komen later op de collectieve rekening. Vastrecht en transporttarieven stijgen.
Dat verhaal past bij de wachtlijst. Sinds 1 januari 2026 herschikken netbeheerders in congestiegebieden de rij volgens het ACM-kader: eerst congestieverzachters, dan veiligheid, dan basisbehoeften (bron: ACM). Datacenters staan daar niet in. Ze krijgen geen maatschappelijke voorrang. Wie alleen vraag toevoegt, blijft achter wie ruimte maakt voor anderen.
Wat er klopt en wat is te kort door de bocht
Beide casussen hebben een kern van waarheid. Geen van beide mag als wet gelden.
De “voor”-casus klopt als volume-effect op het TenneT-net. ACM en TenneT schrijven de daling van 2026 toe aan meer netgebruik, niet aan een beleidskorting voor AI (bron: ACM). Maar het is geen lokale gebiedsrekening: TenneT rekent in landelijke bakken (110/150 kV en 220/380 kV). Benutting in één datacenter campus deelt de pot met alle klanten op dat vlak, niet alleen met de buren. En “een gros van de infrastructuurkosten” is te zwaar: de tarieven zijn vooral vastrecht en vermogenstarieven, geen simpele MWh-verrekening waarbij de grootste verbruiker de mast betaalt. Bovendien: de meeste colo’s tot enkele tientallen megawatt hangen op 10 of 20 kV bij de regionale netbeheerder, zoals bijvoorbeeld NorthC Groningen op 2×20 kV (bron: NorthC). Die duwen de TenneT-prijs dit jaar niet omlaag. De regionale rekening stijgt in 2026 juist op dit netvlak met gemiddeld zo’n €25 per huishouden, gas en stroom samen, inclusief btw (bron: ACM). Allergrootste datacenter campussen zitten meestal op 150 kV TenneT.
De “tegen”-casus klopt op schaarste. Fysieke aansluiting en transportvermogen zijn niet hetzelfde, maar wie firm GTV vastlegt, neemt wel degelijk ruimte weg voor andere ontwikkelingen. Bijbouw is reëel; ACM en TenneT verwachten na 2026 weer stijgende tarieven, onder meer door verzwaring op land en het net op zee (bron: ACM). Te kort is de zin “dus stijgt het vastrecht door dit datacenter”. In 2026 daalt TenneT juist. Latere stijging komt uit een mix van investeringen en niet alleen door datacenters. Schrijf datacenters niet als enige boosdoener van ieders vastrecht.

Wat 2026 wél zegt
TenneT mag in 2026 maximaal €2.388 miljoen innen (bron: ACM). Dat bedrag wordt over meer gebruik verdeeld. De ACM noemt datacenters of AI niet als aparte post. De daling is incidenteel: veiling- en congestie-inkomsten worden dit jaar expres niet ingezet, zodat die pot later de stijging kan dempen (bron: ACM).
Wereldwijd groeit het stroomverbruik van datacenters hard. Gartner (juni 2026): van 447 TWh in 2025 naar 565 TWh in 2026, plus 26 procent (bron: Gartner). Dat is geen Nederlands cijfer maar het geeft een duidelijk beeld van de toenemende vraag naar datacenters.
Dit jaar lopen de TenneT-tarieven niet verder op door AI-datacenters. Ze dalen juist, deels omdat er meer volume is (bron: ACM). Later kunnen investeringen, mede door grote en continue vraag, de rekening weer omhoog drukken. Wie alleen naar 2026 kijkt, ziet een daling. Wie tot 2030 rekent, mag die daling niet als trend aannemen.
Toekomstperspectief
Voor gemeenten, ontwikkelaars en industrie is de les niet “datacenter = goedkoop” of “datacenter = duur”. Stel twee vragen. Hangt het project op TenneT of op het regionale net. In welke bak telt hij eigenlijk mee? En is het alleen vaste vraag, of kan de vraag worden gestuurd, afschakelen, opgeslagen of is er eigen opwek? Het eerste bepaalt het tariefeffect van dit jaar. Het tweede bepaalt of je later op de wachtlijst staat of ruimte maakt voor anderen. Datacenters krijgen bij volle netten geen voorrang (bron: ACM). Wie ruimte op het net maakt, komt eerder aan de beurt dan wie alleen vraag toevoegt.

